maandag 19 december 2011

Gastcollege 13 december 2011 (2)

Het volgende gastcollege werd gegeven door Geneviève van Helden. Zij studeerde bouwkunde aan de HTS en architectuur aan de TU/Delft. Ze is medeoprichtster van het uitstroomprofiel architectuur op Avans. Verder beheert ze de website www.vficino.nl en op tot voor kort heeft ze filosofie gestudeerd.

Voordat ik verderga wil ik graag een kanttekening zetten. Ik heb met grote belangstelling het college gevolgd echter, vond ik het jammer dat mevrouw van Helden vrij verwarrend in haar communicatie was. Daarnaast heeft ze een aanzienlijk deel van de tijd van het college naar de wand gepraat in plaats van naar het publiek. Zoals ik al zei, ik vond het een interessant college maar ik vond het soms lastig te volgen. Ik verwacht dat dit ook terug te zien is in het stuk hieronder. Veel leesplezier.

Haar college ging over bouwen in Senegal. Volgens van Helden is dit geen discursieve cultuur zoals die van ons, maar is het eerder een omarmingscultuur. Ze geeft als voorbeeld dat als je ergens in Senegal een college geeft aan mensen die je niet kent, je deze allemaal één voor één, een hand moet geven en een persoonlijk praatje houdt.

Aan aanzienlijk aantal westerlingen gaat naar een ontwikkelingsland en komen daar als antropoloog. Antropologische houding is een typisch Europese houding. Stel je komt in Senegal en je had niet verwacht dat het daar zo aan toe zou gaan. Je bent er naar toe gegaan vanuit en soort cultuur, je gaat daar helpen maar, is het niet vreemd dat je, je eigen buurman die jou hulp kan gebruiken achter laat?

Van Helden vraagt zich af waarom ze in Senegal blijven bouwen, zoals ze dat doen. Elk jaar weer worden de huizen daar geteisterd door het slechte weer, en elk jaar opnieuw worden ze weer opgebouwd.

Het verschil:
Het westen: architectuur = getal + letter. Met het getal kun je meten, met de letter kun je de wet voorschrijven (niet alleen letterlijk schrijven)
Senegal: je kunt niets zeggen en alles doen. Studenten in Senegal rekenen niet en tekenen niet.

Het is een wereldoriëntatie. Iets anders onbegrijpelijks: als je in Senegal te gast bent, dan ben je alles. De gast betekent alles. Letterlijk alles wordt aan de kant gezet voor de gast, zelfs het werk. Je komt niet op je werk en je collega's begrijpen dan want: je hebt een gast. De gast mag ook zo lang blijven als hij wil, maar zodra de gast weer weggaat mag van deze hetzelfde verwacht worden. Maar dus ook in een werksituatie werkt deze manier van leven zo. Dus als 'wij' daar komen en ons niet aanpassen, dan zou direct het hele systeem niet meer kloppen. Dat is pas een 'netwerk'maatschappij!

Even terug naar het westen. Wij beredeneren alles op een soort wiskundige manier. We beredeneren daarom ook in het platte vlak en theoretisch (wiskundig) werkt dat het beste. Maar in de realiteit, in een niet euclidische wereld, werkt deze beredenering niet volledig.
Door de manier waarop wij beredeneren komen wij tot andere oplossingen dan mensen in Senegal. Van Helden zegt hierover: ''we kunnen nooit in een zelfde soort oplossing werken als we verschillen. Iedereen denkt dat alles op zijn plek het beste is.'' Ze vervolgt: ''toen ontstond bij mij het besef dat heel architectuur niets meer voorstelt''.

Wat is Senegal eigenlijk voor plek? Senegal was ooit een Franse kolonie en van oudsher een islamitische cultuur. Mevrouw van Helden liet tijdens de presentatie een afbeelding van een jasje met gekleurde vlakken zien dat gerelateerd is aan de islamitische cultuur. In Senegal wordt met zo een jasje schijnbaar een politieke voorkeur geuit. Als buitenstaander is het bijzonder lastig om te begrijpen wat er mee gezegd wordt. Het is ook moeilijk voor te stellen dat slavernij iets is dat bij de geschiedenis hoort, stel je voor: bij jou geschiedenis. Van Helden was duidelijk over het feit dat ze moeite heeft de cultuur volledig te begrijpen. En langzaam aan is ze steeds meer gaan begrijpen. Sommige dingen moet je beseffen: ''zij hebben geen probleem met het water, ik ben degene die daar problemen mee heeft.'' En wat ze nog lastiger vindt: het verschil tussen de twee werelden en waarom.

Dan begint ze over het fenomeen bouwen, volgens Martin Heidegger: bouwen is niet een ding, het is van mensen. Het heeft te maken met 'er zijn'. Hier is goed een link te leggen met het vorige college van Michiel Smits. Hierin vroeg hij zich af of een architect, iconen (dingen) zou moeten bouwen of, dat een architect voor mensen zou moeten bouwen. Om terug te koppelen naar het vorige college, denk ik dat Michiel een sterk punt heeft doordat hij aanwezig was in Kenia wanneer hij daar iets bouwde. Dit in tegenstelling tot sterarchitecten die vanuit hun kantoor grootse ontwerpen maken, en die dus niet 'er zijn'.
Hieronder wordt verder op de kenmerken van Senegal worden in gegaan.
Politiek, wat is er in Senegal van belang binnen de politiek:
familie / natier; sociaal / liberaal; frans / privéschool
- Binnen de familie is de oudste altijd de belangrijkste
- Sinds een tijd is er ontwikkeling binnen het onderwijs gekomen: op eigen initiatief is een privéschool ontstaan. Inheemsen vonden zelf dat het beter kon en dat het beter moest, zodoende heeft deze ontwikkeling plaats gevonden.

De laatste tijd wordt met name in Dakar, veel gebouwd. Daar zit het geld, daar trekt iedereen

zondag 18 december 2011

Attitude van Afrikanen

Als vervolg op het schrijven over het college van Michiel Smits wil ik ingaan op de vraag: moeten we wel ingrijpen in Afrika?

Tijdens het college vroeg ik me af of het nodig is dat we ingrijpen. Ik begrijp waarom we het doen en in eerste instantie vind ik het super dat het gedaan wordt. Het lijkt mijzelf ook fantastisch werk. Maar is het niet vreemd dat een land als Kenia dat 50 jaar geleden nog een westerse kolonie was waardoor het hele land is veranderd, nu mensen uit het westen aantrekt die daar wederom helpen het land te veranderen. Nu is de eerste verandering natuurlijk veel gewelddadiger dan de tweede en is de eerste een soort barbaarsheid maar, het land wordt in beide gevallen veranderd door westerse invloeden. En in dat opzicht schelen de twee veranderingen niet zoveel van elkaar.

Waar het omgaat is dat je je kunt afvragen of we Afrikanen niet de kans moeten geven zelf hun land op orde te krijgen, zoals zij dat willen. Want als westerlingen willen we altijd vooruit, we streven naar vooruitgang want dat betekend volgens ons verbetering. We willen altijd veranderen want dat houd je up-to-date en ga je dus mee vooruit. Maar geldt deze instelling ook voor Afrikanen? Ik vraag het me af.

...

zaterdag 17 december 2011

Gastcollege 13 december 2011

Den Bosch - gastcollege 13 december 2011 17:30 - 19:30

Deze avond zou twee gast colleges bevatten, de eerste werd verzorgd door Michiel Smits, hij studeerde bouwkunde aan Avans Hogeschool en vorig jaar afgestudeerd aan TU/Delft, opleiding architectuur. Tegenwoordig is hij docent aan Avans Hogeschool en heeft hij een eigen stichting: Back2Africa. Deze stichting zet zich om ''de balans in de wereld een stukje te helpen''. Het college zou ingaan op het verschil tussen het 'Westen' en Afrika en, wat zijn ervaringen zijn met het bouwen in Afrika.



Michiel begon zijn college met het laten zien van 'zwart op wit' contrasten tussen het westen en Afrika. Deze contrasten lieten zien hoe sterk deze twee van elkaar verschillen voor bepaalde aspecten. Uit de presentatie kwam de vraag naar voren wie voor wat de verantwoordelijkheid heeft. In bepaalde gevallen, zoals enorme megalomane bouwprojecten op plaatsen waar sloppenwijken stonden, kun je je afvragen of er een verantwoordelijkheid ligt bij de architect.

Michiel liet de contrasten tussen het westen en Afrika zien om de verschillen duidelijk te maken. Hij stelde dat je je kunt afvragen waar je gelukkiger zou worden: in Afrika of in het westen? Wordt je gelukkig door in chique restaurants te eten waar je onder het genot van een selectief gezelschap, nauwelijks of geen interactie ondervind met de mensen in datzelfde restaurant. Of wordt je gelukkiger van eten in een gezelschap dat uit mensen bestaat uit verschillende lagen van de bevolking, waar ja altijd welkom bent, waar je makkelijk kunt deelnemen aan sociale interactie en waar je betaalbaar kunt eten. Hetzelfde geldt voor onderwijs. Neem 'ons': het middelbaar onderwijs bestaat al voor een groot deel uit opdrachten maken via de computer. Wij communiceren vooral met en via de computer. Afrika lijkt ook hierin meer interactief te zijn als het gaat om interpersoonlijk contact.

Wat is nu vanuit humanistisch oogpunt beschouwd, het beste? Wat architectuur betreft kun je je afvragen: wil ik architectuur als object ontwerpen, of architectuur daadwerkelijk voor mensen. Waar gaat het nu eigenlijk om? Mag architectuur zich zelf tot doel stellen? Of blijft architectuur vooral iets voor mensen? Tijdens de presentatie werd over dit onderwerp Geert Bekaert geciteerd:

" the big mistake lays in the fact that the architect sees the architecture as his objective and not the living human. The living human is for him nothing else then spoiling the fun, because he doesn't offer himself as a static manipulative element, as a lifeless construction material, because it is not satisfied, with the position the architect give him, but wants to realise his own originality"

" its a normal phenomenon that the living human can't rely on the architect any more. Because he knows, aware or unaware, that the architect will on some point escape him, that he will have his own will driven against everybody else to realise his own dream"

Michiel lijkt de voorkeur te geven aan het laatste: ontwerpen voor mensen. Hij zegt: voor wie ontwerpen we? Ontwerpen we voor de elite of voor de daklozen. Wordt er voor daklozen ooit eens iets ontworpen? Niet zo veel waarschijnlijk. En waarom dan? Hij vraagt zich af wat we van Afrika kunnen leren.

Met zijn stichting 'Back 2 Africa' is Michiel naar Afrika gegaan en heeft zich voorgesteld als iemand die kan tekenen. Dus als ze hem nodig zouden hebben om bouwtekeningen te maken dan konden mensen contact met hem opnemen. Na een tijdje werd hij gevraagd om een ontwerp te maken. De opdrachtgever was een rozen farm. Michiel stelt dat het probleem in het westen dat je je buren niet kent, ook in de architectuur terug te vinden is. In het westen worden gebouwen ontworpen als een beeldobject, als een icoon van de architect. In Afrika gaat dat anders: mensen bouwen samen. In een gemeenschap bouwen ze samen een huis, mensen hechten belang aan de gemeenschap. Het komt er dan ook nauwelijks voor dat men de gemeenschap laat versloffen, iets wat je in Nederland bijvoorbeeld wel tegenkomt.

In zijn afstudeeropdracht, heeft Michiel een soort tussenweg, tussen het traditionele en het bouwen 'van bovenaf' gezocht. Hij stelt in zijn afstudeeropdracht scenario's voor. Scenario's voor verschillende schalen namelijk: gebiedniveau, gebouwniveau en voorzieningsniveau. De rozenboerderij (1000 werknemers) wil zelf woningen naar gaan zetten waarvan ze denken dat die voldoende zijn voor de bewoners. Daarvoor moeten wel de traditionele woningen gesloopt worden. Michiel heeft zichzelf de vraag gesteld: hoe kunnen we context gevoelig ontwerpen? Dus, wat wil de boerderij en wat willen de bewoners? Uiteindelijk na interviews met bewoners en observeren hoe mensen leven, heeft hij bepaalde kenmerken omgezet in symbolen en zo geprobeerd het juiste eruit te filter. Hij heeft het plan opgedeeld in drie delen: 'area' (aandacht voor gemeenschapsverbetering), 'community' (aandacht voor traditionele rolverdeling) en 'compound' (aandacht voor bestaande constructiecultuur). Dus: wat is er? En probeer daarvan te leren en als het nodig is, probeer het ergens te verbeteren.

Vervolgens heeft Michiel een 'community action plan' opgesteld. Het is een plan dat zich leent om een project te starten waarbij een gemeenschap betrokken is. Het kan je helpen met inzicht verkrijgen in hoe mensen met hun omgeving omgaan. Als resultaat uit het 'community action plan' konden programma's worden opgesteld dat in getallen de behoeften en de samenstelling van de gemeenschap liet zien (aantal m2, hoeveelheid gebouwen, hoeveelheid gezinsleden). Ook kon de organisatie worden bepaald: de mensen gaan het zelf doen. Zoals ik al eerder zei, Michiel heeft uiteindelijk een plan voorgesteld in de vorm van scenario's. Mensen konden zelf bepalen hoe ze wat doen, en of ze iets doen. Ook werd uiteindelijk besloten dat niet de boerderij, maar de mensen zelf hun eigen huisjes zouden gaan bouwen.

Zo heeft Michiel een aantal scenario's voorgelegd aan de bewoners. Het stedelijke scenario bood een voorstel hoe het gebied ingedeeld kon worden. Het gebouw scenario stelde een constructiemethode voor met materialen uit de directe omgeving waardoor de bouwkosten laag uitpakten. Het 'brick-systeem' bestond uit droog op elkaar te stapelen blokken van samengeperste aarde. Deze blokken bleken erg zwaar maar daardoor juist geschikt voor de stabiliteit van een huis. Een kritisch punt was het dak van bamboe. De bamboe is afkomstig uit Japan, waardoor je je dus kunt afvragen of er geen meer voor de hand liggend materiaal beschikbaar is. Het tweede punt betrof de lastigheid van de constructiemethode van het dak, de vraag was of de bewoners de detaillering wel zouden begrijpen.

Het was een interessant college vond ik zelf. Het voorbeeld van Michiel zijn afstudeeropdracht vond ik eigenlijk niet eens zo spannend, eerder vond ik het interessant hoe de verschillen tussen het westen en Afrika werden neergezet. Door de contrasten groot te maken, pakte zijn verhaal sterk uit. Als zijnde een conclusie kun je, je afvragen: hoe belangrijk is het om te ontwerpen voor armen? En dat het goed is je af te vragen voor wie je wilt ontwerpen. Ik denk niet dat deze vragen perse een antwoord nodig hebben, het is alleen al voldoende denk ik om je dit af te vragen.

maandag 12 december 2011

Die grosse halle van Albert Speer

die grosse halle, voor de toespraken van
Hitler werden gehouden, lijkt het in eerste
instantie alsof je bij de macht hoort maar,
zodra binnen gekomen in de hal, voelde
men zich als een mier

Hitlers Helfer; Joseph Goebbels

Docu: Hitlers Helfer:




College 8 december 2011

Albert Speer (1905) opgegroeid in Duitsland als zoon en kleinzoon van architecten, volgde een opleiding tot architect in Karlsruhe en later aan de Technische Hogeschool in München. Uiteindelijk werd Speer toegelaten aan de Technische Hogeschool in Berlijn-Charlottenburg onder het seminarie van Heinrich Tessenow, een architect van de behoudende school.

Door onder andere de gemeenschappelijk gedeelde interesse in architectuur raken Albert Speer en Adolf Hitler bevriend. In eerste instantie is Speer niet sterk geïnteresseerd in politiek. Toch krijgt hij meer belangstelling nadat hij een toespraak van Hitler in 1930 heeft bezocht in Berlijn. In 1931 wordt Speer lid van de NSDAP. Speer vestigt als architect en wordt in 1933 gevraagd de meivieringen van de partij vorm te geven op het Neurenberg terrein. Speer's ontwerp bestaat uit zoeklichten die recht omhoog schijnen zodat een 'koepel van licht' boven het veld ontstaat. Hitler was erg onder de indruk en als snel werd Speer hofarchitect van Hitler. Uiteindelijk zijn Albert Speer zijn ideeën schijnbaar allemaal gebaseerd op de ideeën van de Führer.


ontwerp Albert Speer voor meivieringen van de NSDAP in 1933

Opmerkelijk lijkt dat de situatie in Duitsland voor W.O.II, niet zo sterk verscheelt met die van de huidige situatie in Nederland:
- Duitsland en de hele wereld stonden in het teken van een economische crisis door het instorten van de financiële markten
- De Duitse cultuur voelde zich verloren na het verliezen van W.O.I. door een onderschatting van de technische mogelijkheden. Het aanzien dat het intellectueel en cultureel hoogstaande Duitsland had, was geschaad.
- Met de moderniteit raakten de Duitsers in een nog sterkere identiteitscrisis omdat het leven minder houvast bood, bijvoorbeeld door het minder naar de kerk gaan.

Tussen W.O.I en W.O.II was de Duitse bevolking opzoek naar hun trots, de mens wilde ergens bij horen! Toen stond een leider op die de bevolking ervan overtuigde dat hij Duitsland een nieuwe, betere toekomst zou brengen, Adolf Hitler bracht het nationaal socialisme in Duitsland. Hitler wist wat hij moest doen om kiezers te aan te trekken. Hij wilde de Duitse mythe terug laten keren, en dat is wat men wilde. Moderne abstracte kunt, bijvoorbeeld het Bauhaus noemde hij ontaarde kunst. Hij bedoelde hiermee dat men door deze kunst geen beeld kreeg, men kon zich er niet aan vast houden. Paradoxaal genoeg is de aanpak van de nazi's uiterst modernistisch. Het regime van de nazi's was dualistisch: aan de ene kant streefde ze naar een identiteit met onveranderbare geschiedenis en aan de andere kant waren ze voor snelle vooruitgang (denk aan de introductie van de Volkswagen)

Speer zocht in zijn architectuur, volgens de ideeen van de Fuhrer, naar een bepaalde zuiverheid. Wat volgens Hitler 'het vrouwelijke' is, wordt vermeden in de ontwerpen van Speer: wanorde en chaos waren uit den boze. En ook weer de modernisten zochten naar een zuiverheid. En deze zuiverheid kennen we nog altijd. Bijvoorbeeld de bewerkte foto's op billboards die streven naar zuivere lichamen en een wereld waar iedereen blij is.




Je kunt je afvragen of we onze ogen sluiten voor bepaalde zaken. Het is op zijn minst merkwaardig te noemen dat Hitler en Speer naar Parijs zijn afgereisd om de stad te beoordelen in verband met sloopplannen, terwijl de oude president van de V.S. George Bush samen met een aantal sterarchitecten de architectuur in Irak op waarde is gaan schatten in tijden van oorlog.

woensdag 7 december 2011

Sloppenwijk gezien vanaf Copacabana (bron: Archined.nl)


‘’Urban planning in Rio de Janeiro, Brazil’’

Braziliaanse steden zijn als een woestijn van wolkenkrabbers waar de welgestelde leven met er om heen een ‘korst’ van spontane, geïmproviseerde gebieden waar de armen leven. De socio-economische verschillen zijn groot, en in nieuwe stedelijke ontwikkelingsgebieden hebben de verschillen een toppunt bereikt. Volgens Europese modellen worden hele luxe ghetto’s en ‘gated communities’ gebouwd. Deze woonwijken sluiten alles uit dat niet welkom is, gevoed door een obsessie van veiligheid. Weg van de chaos van de metropool wordt voorzien van veiligheid, comfort en een intact ogende omgeving. Wat enkel ontbreekt is geschiedenis, identiteit en publieke interactie.

Sinds 1900 hebben deze steden over het algemeen in het teken van modernisering gestaan. Vroeger waren het vissersdorpen, deze werden populairder, men bouwde er hotels en uiteindelijk werden het enorme metropolen. Dichtbevolkt, haast geen groen, hoge verkeerdichtheid, enorme torens, activiteiten gecentraliseerd rondom het strand.

In de tekst lees je, net als de tekst over Ouagadoudou dat het overnemen van Europese modellen niet sterk uitpakt. De Europese toren blijken niet te functioneren in het tropische klimaat, wat de populariteit van airconditionings verklaard. Soms is getracht torens te bouwen die beter bij het klimaat passen, tevergeefs want een airconditioning wordt als vanzelfsprekend gezien.


Mexico stad, geimproviseerde stedelijkgebied (bron: bustler.net)

‘’Mexico city’’

De stedelijke opbouw is in Mexico stad haast identiek aan die van Rio de Janeiro. Luxe ghetto’s omgeven door enorme geïmproviseerde stedelijke gebieden. In Mexico stad beleven de doe-het-zelf huizen in deze gebieden een nieuwe opleving. De bewoners bouwen naast hun eigen huizen ook hun eigen infrastructuur en voorzieningen terwijl ze vechten tegen discriminatie vanuit de overheid en de hogere klassen. Een huis heeft een hybride karakter, terwijl traditie en moderne bouwmethoden hand in hand gaan, voorziet het van woonruimte, werkplaatsen of een winkel en voorziet het de familie van veiligheid. Woningen kunnen in de loop van de tijd worden uitgebreid wat haaks tegenover de conventionele goedkope huizen staat, een soort geoptimaliseerde, niet uitbreidbare container. 50% leeft in een geïmproviseerd gebied maar op den duur worden de gebieden, door gebrek aan infrastructuur, vanzelf overgenomen door de metropool. Grondgebruik, verkeer, infrastructuur, alles moet gecontroleerd en ontwikkeld.


‘’Housing Construction’’

De modernisering is de bewoners van sloppenwijken niet ontgaan. Zo is het in Ghana een teken van welvaart om moderne bouwmaterialen te gebruiken voor een (sloppen)woning. Een nadeel: woningen vaak niet ontstaan vanuit een traditie en zijn geen lokale maar, dure materialen met als gevolg dat de woningen niet geschikt zijn voor het klimaat.

Ook in Brazilië worden traditionele materialen beschouwd als niet ‘up-to-date’ en worden moderne dure materialen gebruikt waardoor bewoners genoodzaakt zijn te bezuinigen op andere – meestal de verkeerde – punten. Het gevaar is bijvoorbeeld dat bij zware regenval – dat regelmatig voor komt – de constructie bezwijkt.

In 1996 zijn studenten uit Brazilie te hulp gesprongen en hebben samen met de bewoners een nieuw concept voor de woningen bedacht. Kenmerkend aan het project is dat een groot deel van een bouwsel uit prefab elementen bestaat. Dit zorgt voor nauwkeurigheid en tegelijkertijd voor eenvoud tijdens de uitvoering. De kosten zijn terug gedrongen door een weloverwogen keuze van de materialen. Een huis van 20m2 kost nu 2200 dollar. Ter vergelijking: eerst kostte een huis in een favela met moderne materialen 5500 dollar.


Wat ik sterk vindt aan de tekst is dat het verschil duidelijk wordt tussen traditie en conventioneel denken, iets wat vaak wordt gezien als hetzelfde.. Hier is een duidelijk voorbeeld dat traditie iets is dat je misschien beter kunt omarmen in plaats van vermijden of uitsluiten. Traditie kan een toegevoegde waarde zijn, traditie is niet achteruitgang en traditie staat niet perse in de weg. Traditie heeft in eerste instantie te maken met identiteit, met gevoel, met iets dat ontstaat en veranderd door de tijd heen. Conventioneel denken gaat echter in eerste instantie uit van behoud, denken zonder open te staan voor alternatieven.
In de tekst wordt beschreven dat ieder planningsconcept voor het huisvesten van armen, dat niet de ervaringen van het informele bouwen in acht neemt, mislukt. Dat het mislukt komt doordat er niet wordt gekeken naar traditie en er wel conventioneel wordt gedacht.