Den Bosch - gastcollege 13 december 2011 17:30 - 19:30
Deze avond zou twee gast colleges bevatten, de eerste werd verzorgd door Michiel Smits, hij studeerde bouwkunde aan Avans Hogeschool en vorig jaar afgestudeerd aan TU/Delft, opleiding architectuur. Tegenwoordig is hij docent aan Avans Hogeschool en heeft hij een eigen stichting: Back2Africa. Deze stichting zet zich om ''de balans in de wereld een stukje te helpen''. Het college zou ingaan op het verschil tussen het 'Westen' en Afrika en, wat zijn ervaringen zijn met het bouwen in Afrika.
Michiel begon zijn college met het laten zien van 'zwart op wit' contrasten tussen het westen en Afrika. Deze contrasten lieten zien hoe sterk deze twee van elkaar verschillen voor bepaalde aspecten. Uit de presentatie kwam de vraag naar voren wie voor wat de verantwoordelijkheid heeft. In bepaalde gevallen, zoals enorme megalomane bouwprojecten op plaatsen waar sloppenwijken stonden, kun je je afvragen of er een verantwoordelijkheid ligt bij de architect.
Michiel liet de contrasten tussen het westen en Afrika zien om de verschillen duidelijk te maken. Hij stelde dat je je kunt afvragen waar je gelukkiger zou worden: in Afrika of in het westen? Wordt je gelukkig door in chique restaurants te eten waar je onder het genot van een selectief gezelschap, nauwelijks of geen interactie ondervind met de mensen in datzelfde restaurant. Of wordt je gelukkiger van eten in een gezelschap dat uit mensen bestaat uit verschillende lagen van de bevolking, waar ja altijd welkom bent, waar je makkelijk kunt deelnemen aan sociale interactie en waar je betaalbaar kunt eten. Hetzelfde geldt voor onderwijs. Neem 'ons': het middelbaar onderwijs bestaat al voor een groot deel uit opdrachten maken via de computer. Wij communiceren vooral met en via de computer. Afrika lijkt ook hierin meer interactief te zijn als het gaat om interpersoonlijk contact.
Wat is nu vanuit humanistisch oogpunt beschouwd, het beste? Wat architectuur betreft kun je je afvragen: wil ik architectuur als object ontwerpen, of architectuur daadwerkelijk voor mensen. Waar gaat het nu eigenlijk om? Mag architectuur zich zelf tot doel stellen? Of blijft architectuur vooral iets voor mensen? Tijdens de presentatie werd over dit onderwerp Geert Bekaert geciteerd:
" the big mistake lays in the fact that the architect sees the architecture as his objective and not the living human. The living human is for him nothing else then spoiling the fun, because he doesn't offer himself as a static manipulative element, as a lifeless construction material, because it is not satisfied, with the position the architect give him, but wants to realise his own originality"
" its a normal phenomenon that the living human can't rely on the architect any more. Because he knows, aware or unaware, that the architect will on some point escape him, that he will have his own will driven against everybody else to realise his own dream"
Michiel lijkt de voorkeur te geven aan het laatste: ontwerpen voor mensen. Hij zegt: voor wie ontwerpen we? Ontwerpen we voor de elite of voor de daklozen. Wordt er voor daklozen ooit eens iets ontworpen? Niet zo veel waarschijnlijk. En waarom dan? Hij vraagt zich af wat we van Afrika kunnen leren.
Met zijn stichting 'Back 2 Africa' is Michiel naar Afrika gegaan en heeft zich voorgesteld als iemand die kan tekenen. Dus als ze hem nodig zouden hebben om bouwtekeningen te maken dan konden mensen contact met hem opnemen. Na een tijdje werd hij gevraagd om een ontwerp te maken. De opdrachtgever was een rozen farm. Michiel stelt dat het probleem in het westen dat je je buren niet kent, ook in de architectuur terug te vinden is. In het westen worden gebouwen ontworpen als een beeldobject, als een icoon van de architect. In Afrika gaat dat anders: mensen bouwen samen. In een gemeenschap bouwen ze samen een huis, mensen hechten belang aan de gemeenschap. Het komt er dan ook nauwelijks voor dat men de gemeenschap laat versloffen, iets wat je in Nederland bijvoorbeeld wel tegenkomt.
In zijn afstudeeropdracht, heeft Michiel een soort tussenweg, tussen het traditionele en het bouwen 'van bovenaf' gezocht. Hij stelt in zijn afstudeeropdracht scenario's voor. Scenario's voor verschillende schalen namelijk: gebiedniveau, gebouwniveau en voorzieningsniveau. De rozenboerderij (1000 werknemers) wil zelf woningen naar gaan zetten waarvan ze denken dat die voldoende zijn voor de bewoners. Daarvoor moeten wel de traditionele woningen gesloopt worden. Michiel heeft zichzelf de vraag gesteld: hoe kunnen we context gevoelig ontwerpen? Dus, wat wil de boerderij en wat willen de bewoners? Uiteindelijk na interviews met bewoners en observeren hoe mensen leven, heeft hij bepaalde kenmerken omgezet in symbolen en zo geprobeerd het juiste eruit te filter. Hij heeft het plan opgedeeld in drie delen: 'area' (aandacht voor gemeenschapsverbetering), 'community' (aandacht voor traditionele rolverdeling) en 'compound' (aandacht voor bestaande constructiecultuur). Dus: wat is er? En probeer daarvan te leren en als het nodig is, probeer het ergens te verbeteren.
Vervolgens heeft Michiel een 'community action plan' opgesteld. Het is een plan dat zich leent om een project te starten waarbij een gemeenschap betrokken is. Het kan je helpen met inzicht verkrijgen in hoe mensen met hun omgeving omgaan. Als resultaat uit het 'community action plan' konden programma's worden opgesteld dat in getallen de behoeften en de samenstelling van de gemeenschap liet zien (aantal m2, hoeveelheid gebouwen, hoeveelheid gezinsleden). Ook kon de organisatie worden bepaald: de mensen gaan het zelf doen. Zoals ik al eerder zei, Michiel heeft uiteindelijk een plan voorgesteld in de vorm van scenario's. Mensen konden zelf bepalen hoe ze wat doen, en of ze iets doen. Ook werd uiteindelijk besloten dat niet de boerderij, maar de mensen zelf hun eigen huisjes zouden gaan bouwen.
Zo heeft Michiel een aantal scenario's voorgelegd aan de bewoners. Het stedelijke scenario bood een voorstel hoe het gebied ingedeeld kon worden. Het gebouw scenario stelde een constructiemethode voor met materialen uit de directe omgeving waardoor de bouwkosten laag uitpakten. Het 'brick-systeem' bestond uit droog op elkaar te stapelen blokken van samengeperste aarde. Deze blokken bleken erg zwaar maar daardoor juist geschikt voor de stabiliteit van een huis. Een kritisch punt was het dak van bamboe. De bamboe is afkomstig uit Japan, waardoor je je dus kunt afvragen of er geen meer voor de hand liggend materiaal beschikbaar is. Het tweede punt betrof de lastigheid van de constructiemethode van het dak, de vraag was of de bewoners de detaillering wel zouden begrijpen.
Het was een interessant college vond ik zelf. Het voorbeeld van Michiel zijn afstudeeropdracht vond ik eigenlijk niet eens zo spannend, eerder vond ik het interessant hoe de verschillen tussen het westen en Afrika werden neergezet. Door de contrasten groot te maken, pakte zijn verhaal sterk uit. Als zijnde een conclusie kun je, je afvragen: hoe belangrijk is het om te ontwerpen voor armen? En dat het goed is je af te vragen voor wie je wilt ontwerpen. Ik denk niet dat deze vragen perse een antwoord nodig hebben, het is alleen al voldoende denk ik om je dit af te vragen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten