maandag 30 januari 2012

eindopdracht (position paper)

De mediator

Gedurende de cursus culturalisme is het me opgevallen dat hoe goed de bedoelingen bij verschillende architectuurprojecten over de wereld vaak ook zijn geweest, deze niet altijd de ‘juiste’ uitwerking hebben gehad. Door de geschiedenis heen hebben met name Westerlingen hun eigen waarheid over de wereld willen verspreiden, en in de moderne tijd met het idee van de voordelen van technologie en innovatie: betere, snellere, slimmere – en vaak goedkopere – producten. Deze waarheid werd gekenmerkt door het gebruik maken van methoden en het handelen vanuit rationaliteit.
Zo radicaal als de koloniën zijn gesticht, minstens zo invasief hebben de modernisten hun ideeën en visioenen over de wereld weten te verspreiden. Ze dachten dat door te bouwen over de hele wereld deze universalistische benadering succes zou hebben, en echt overal toepasbaar zou zijn. Onder andere in India en Afrika zijn echter tal van voorbeelden te vinden waar is gebleken dat per context, specifiek handelen nodig is. Vaak blijkt dat de modernistische aanpak op andere continenten veel aanzien heeft gekend, maar niet voldeed aan zijn eigenlijke intenties als sneller, slimmer en goedkoper. Een oorzaak hiervan is dat deze aanpak vaak kampte met een tekort aan acceptatie vanuit de lokale cultuur. Ook na het modernistische tijdperk, bleek het lastig om in volledige acceptatie van oplossingen in vreemde culturen te voorzien.
Het probleem van architectuur lijkt in deze gevallen te zijn geweest dat aan de uitgangspunten van Vitruvius – utilitas, firmitas en venustas (functionaliteit, degelijkheid en schoonheid) – nog twee uitgangspunten ontbraken, namelijk: duurzaamheid en culturele context. In dit betoog wil ik in gaan op de toevoeging van de culturele context. Door de toevoeging van de culturele context binnen architectuur zal de architect in de toekomst een andere rol krijgen. Deze zal niet langer als solo-ontwerper te boek staan waardoor de architect deel uit zal maken van een proces in plaats van hiervan het middelpunt te zijn.

Probleembepaling
Ten eerste wil ik de rol van de architect benoemen in het bepalen van een probleem of behoefte. De voorbeelden uit het modernistische tijdperk worden gekenmerkt door de universalistische manier van handelen die ervan uit gaat dat de stedenbouwkundige plannen of architectonische ontwerpen geschikt zijn als ze voldoen aan algemeen geldende normen en daarmee overal kunnen worden toegepast. Problemen en behoeften zijn daarentegen niet een standaard, eenvoudig te achterhalen gegeven. Per situatie, dus in verschillende omgevingen, gemeenschappen en culturen, zullen problemen en behoeften altijd verschillen, en vragen dus eerder naar een open werkwijze dan naar een universeel toepasbare werkwijze. Buiten dat beschikbare grondstoffen of bouwmaterialen per regio verschillen en er enorme klimaatverschillen per land bestaan, speelt de culturele context een uiterst belangrijke rol in het benoemen van een probleem.
Een architect zal nooit volledig in staat zijn de kern van een probleem te achterhalen, zonder de lokale context in de breedste zin van het woord hierin te betrekken. Daarnaast kan het voorkomen dat wat een probleem voor ‘ons’ is, niet perse voor ‘de anderen’ als een probleem wordt ervaren. Bij het stellen van prioriteiten moet de lokale bevolking op alle hiërarchische niveaus worden betrokken. Meer succesvol dan de universele benadering bij het vaststellen van problemen en prioriteiten, is een pluralistische aanpak, met een diversiteit aan betrokken actoren.

Acceptatie van een oplossing
Naast het benoemen van een probleem of behoefte, ligt het succes van een oplossing in de mate van acceptatie door de betrokkenen. In de nieuwe rol van de architect zal deze wellicht naar zijn idee hier moeten inleveren op zijn eigen kwaliteiten, maar door in dialoog te gaan over de behoefte zal vanzelf een vraag gecreëerd worden. Want de vraag is nu juist iets wat er vaak ontbreekt in andere culturen. Deze culturen kennen namelijk paradoxaal hun eigen waarheid die net als de westerse wereld rationeel is. Ook andere culturen, die volgens ons misschien dan hun oren sluiten voor onze oplossingen, bestaan ook al generaties of eeuwen lang. Samenwerking met betrokkenen zal dus nodig zijn voor acceptatie van de inbreng vanuit de architect. Dit argument pleit voor de creatie van een ‘win-win’ situatie, waarin mensen met normaal gesproken minder invloed nu juist het woord krijgen en waarbij de architect antwoord kan geven op de werkelijke vraag. Door aandacht te besteden aan de bestaande culturele context zal een nieuw idee eerder geaccepteerd worden.

Onderhoud van een toepassing
De duurzaamheid en vruchtbaarheid van een toepassing of idee, in dit geval binnen architectuur of stedenbouw, komt grotendeels voort uit de acceptatie ervan. Wanneer een pluralistisch aanpak wordt gehandhaafd, en niet alleen de architect het hoogste woord voert, wordt de kans op de houdbaarheid van een project sterk vergroot. Belangrijk hierbij is het verantwoordelijkheidsgevoel en/of eigendomsgevoel van de betrokkenen. Een goed voorbeeld hiervan is het Huruma sloppenwijk verbeteringsproject in Kenia. De lokale gemeenschap heeft door enkel begeleiding van architecten, zelf het hele plan bedacht. Door gebruik te maken van lokale bedrijven en door acceptatie op verschillende hiërarchische niveaus te creëren, heeft dit project voor zelfvoorzienendheid binnen de gemeenschap gezorgd. Een les uit het modernisme is dat wanneer het draagvlak ontbreekt een project of idee nooit lang kan blijven voortbestaan in zijn bedoelde context en functie. Een voorbeeld hiervan is de geheel door Le Corbusier ontworpen stad Chandigarh in India, met een volledig door hem opgestelde regelgeving die niet bleek te werken binnen de Indiase cultuur.

Eigen waarheid
Na de bovenstaande drie argumenten, kunnen vraagtekens geplaatst worden bij het feit dat een architect te werk zou blijven gaan vanuit een “one-size-fits-all” benadering. Maar hoezeer kun je iemand met goede bedoelingen het kwalijk nemen dat deze persoon vanuit zijn eigen waarheid handelt in een vreemde cultuur. Net zo goed als het in belang stellen van de waarheid van anderen, geldt ook nog altijd de eigen waarheid. Bovendien is in minder ontwikkelde landen huisvestiging een enorm probleem waar de architect, vanuit moreel oogpunt, een belangrijke rol in kan spelen. Wie kan beter dan de architect een bijdrage leveren aan het mensenrecht op onderdak? Het is een relatief nieuw fenomeen, en zeker op de huidige schaal, dat de architect te werk gaat aan de andere kant van de wereld, zowel vanwege zijn eigen mogelijkheden als de vraag ernaar. Daarbij komt dat het grootste deel van de architecten er niet in geschoold is om in andere culturen te werk te gaan. In de generatie anno nu, waarin reizen over de wereld vanzelfsprekender is geworden, kan en zal de lokale context niet meer buiten beschouwing worden gelaten en wordt context specifiek handelen een “must”.

Conclusie
Het westen heeft in het verleden aanzienlijke voetafdrukken overal ter wereld, in allerlei vreemde culturen, achtergelaten. Waar eerst de koloniën werden gesticht, kwamen de modernisten om zich te bekommeren over de plaatselijke stedenbouw op andere continenten met het geloof in de voordelen van technologie: snellere, slimmere – en vaak goedkopere – producten. Echter, vanuit hun gedachten is nauwelijks rekening gehouden met de culturele context en kende vele projecten een kortstondig bestaan in hun oorspronkelijke functie. Het modernisme had daarentegen een zeer krachtige uitwerking en pas de laatste decennia lijkt meer aandacht voor de culturele context te komen.
Om ten eerste te weten te komen wat precies het probleem is binnen een bepaalde situatie, of om alleen al een andere cultuur bewust te maken van de vraag naar een oplossing (of niet!), zal de architect een pluralistische aanpak moeten handhaven. Daarnaast zal, door betrokkenen van alle sociale niveaus erbij te halen, en door in dialoog te gaan, de kans op acceptatie van de bijdrage van de architect worden vergroot, wat cruciaal is voor het succes van de oplossing. Tenslotte zal de architect misschien naar zijn gevoel moeten inleveren op zijn mate van bijdrage, maar door de betrokkenen (de echte vragers) het woord te geven, heeft een toepassing na de input van de architect (de buitenstaander), meer kans op voortbestaan.
Maar hoe kwalijk is het iemand te nemen die met goede intenties vanuit zijn eigen waarheid in een andere cultuur, schijnbaar niet efficiënt handelt? Immers, het is een relatief nieuw fenomeen dat de architect, op de huidige schaal, zijn werkzaamheden over de grenzen verplaatst. De nieuwe generatie zal, doordat de wereld in zeker opzicht kleiner lijkt geworden, anders handelen waarmee ook de rol van de architect zal veranderen. De architect zal niet meer de individuele schepper zijn, hij zal als mediator optreden, buiten - en uiteindelijk ook binnen - zijn eigen cultuur.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten